Tip 4 bij het doorbreken van een negatief gedachtenpatroon bij je kind.

Met een beetje geluk loopt bij jou thuis alles inmiddels op rolletjes: kind(eren) gewend aan het thuiswerken en jij en je eventuele partner ook. Maar voor alle ouders die te maken hebben met een kind dat bij tegenslagen zichzelf zeer negatief toespreekt heb ik een tip. Het is de 4e tip in de reeks met tips die ik plaats om een negatief gedachtenpatroon bij je kind te doorbreken. De tip van vandaag is: maak er breinwerk van.

De video die ik maakte:

In het kort is dit wat er in de video wordt verteld:

Als je kind zich voelt falen omdat bijvoorbeeld het huiswerk thuis niet lukt, dan zeg je: Doordat het niet lukte met je huiswerk, maakt jouw hoofd ervan dat je niks kan. Hoewel het veel op elkaar lijkt heeft deze zin een heel ander effect dan de volgende zin: Doordat het niet lukte met je huiswerk vind je nu dat je er niets van kan. Wat is het verschil? In de video leg ik uit waarom de ene zin veel helpender is dan de ander.

 

Ben je nieuwsgierig naar meer tips zodat jij als ouder een negatief gedachtenpatroon kan doorbreken? Kijk dan hier of hier.

 

Tot volgende week, dan komt er nog een tip!

 

groeten Josja

Tip 2 bij het doorbreken van een negatief gedachtenpatroon van je kind

Vorige week gaf ik de eerste tip zodat jij bij je kind een negatief gedachtenpatroon kan leren doorbreken. In deze leg ik uit waardoor dit negatieve denken wordt uitgelokt en ik geef je de tweede tip!

Dit is de video die ik maakte:

Er is altijd een trigger die het negatief denken veroorzaakt.

Negatief denken wordt altijd voorafgegaan door een bepaalde trigger. Een kind gaat niet uit het niets roepen ‘mijn hele leven is mislukt’ of ‘Ik kan er helemaal niks van.’ of ‘Niemand vind mij leuk.’ Dus, hoe onbenullig het soms lijkt, er altijd een trigger geweest. Het is van belang dat je weet welke dingen jouw kind triggeren tot negatief denken. Dit helpt om voorbereid te zijn op toekomstige negatieve uitlatingen van je kind. Verderop in dit artikel lees je hoe je erachter komt wat de triggers van jouw kind zijn.

En dan slaat het brein op hol.

Het tweede wat er gebeurt, dus nadat de trigger is geweest, is dat het brein op hol slaat. Althans zo leg ik het vaak uit. Laten we zeggen dat je kind een tegenvallend cijfer heeft gekregen voor een rekentoets, of je hebt net op je kind gemopperd dat ze haar kamer moet opruimen. Voor jouw kind is dit pijnlijk en hiermee is dit een trigger. Na deze trigger gaat het brein gaat razendsnel een aantal soortgelijke herinneringen erbij halen. Dus bijvoorbeeld : ‘laatst had ik voor biologie ook al een onvoldoende en ” die vorige rekentoets had ik ook slecht gemaakt’. Je brein doet dit om bewijs te vinden voor  de gedachte ‘zie je wel ik ben eigenlijk niet goed genoeg’. Vervolgens gaat het brein ook conclusies trekken. Het maakt er bijvoorbeeld van: ‘ik ben altijd slecht in rekenen’ ‘mama wordt altijd boos op mij’. Het brein kan er zelfs van maken: “Ik ben niet goed in leren en ik deug niet, ik ben dom, ik kan er niks van.’ Dit kan zelfs uitmonden in gedachten als ‘ik vind het leven niet meer leuk’.

Ontdek de triggers van je kind.

Weet jij al wat de triggers van jouw kind zijn die het negatieve denken veroorzaken? Een goede manier om om te ontdekken wat triggers voor jouw kind zijn is door te kijken naar waar jouw kind goed in wil zijn. Want hoe belangrijker een kind het vindt om het goed te doen, hoe makkelijker het is om een trigger te krijgen. Dat zit zo: op het moment dat jij heel graag goede cijfers wilt halen voor rekenen dan is het des te pijnlijker als jij geen goed cijfer hebt gehaald. Op het moment dat jij heel graag een goede dochter wil zijn voelt het als enorm falen op moment dat je op je kop krijgt van je moeder. Zo werkt het ook voor je kind. Dus probeer zoveel mogelijk na te gaan op welke gebieden (denk aan sport, leren, het zijn van een dochter en vriendin etc) jouw kind het goed wil doen.

Leer het negatieve denken te voorspellen.

Hoe meer zicht je krijgt op waar de kwetsbaarheden zitten, hoe meer je kan gaan voorspellen wanneer triggers kunnen voorkomen en hoe makkelijker het wordt om het patroon op te merken en er niet op in te gaan. Dat is wat we uiteindelijk willen. dat we niet meegaan in dat negatieve denken van jouw kind. We willen het juist doorbreken en de belangrijkste stap daarbij is dat we er dus niet op ingaan.

Ik wens je toe dat je de komende tijd gaat op letten op en zicht krijgt op welke momenten je kind het heel goed wil doen, waar de triggers liggen. En merk het patroon op. In de volgende video ga ik verder op dit thema en krijg je een 3e tip. Wil je deze video niet missen? Abonneer je dan op mijn YouTube kanaal en druk op het belletje, want dan krijg je ook melding als de volgende video binnen is.

 

Vriendelijke groeten,

Josja

ps. ben je nieuwsgierig naar mijn 1e tip? Kijk dan hier.

Tip 1 bij het doorbreken van een negatief gedachtenpatroon van je kind

Heb jij een kind dat zich heel negatief kan uitlaten over zichzelf? Ik heb 4 tips voor jou als ouder om je kind te helpen dit gedrag te doorbreken. In een aantal korte video’s licht ik deze tips toe. Vandaag de eerste tip.

Bekijk hier de video die ik hierover heb gemaakt.

Als jouw kind zich negatief uitlaat over zichzelf.

Sommige kinderen kunnen erg onaardige dingen over zichzelf zeggen. Dat ze dom zijn, lelijk, niks kunnen, dat het nooit gaat lukken of dat niemand ze leuk vindt. Herken je dit bij jouw kind? Waarschijnlijk heb je al gemerkt dat het niet makkelijk is om deze negatieve gedachten van jouw kind te doorbreken. In de komende weken ga ik je een aantal tips geven om je hierbij te helpen. Ik noem deze manier van reageren van jouw kind overigens een negatief gedachtenspiraal of een faalspiraal. Dit noem ik zo omdat de manier van reageren vaak een bepaald patroon laat zien en dat qua negativiteit vaak alleen maar toeneemt.

Tip 1: Ga niet in op de negatieve uitlatingen van je kind.

Hoewel ik heb overwogen om je eerst het patroon van reageren uit te leggen, kies ik er voor om met een tip te beginnen en de uitleg voor later te bewaren. Want ook zonder uitleg kan je al een start maken. De eerste tip die ik vandaag voor je heb is: ga niet in op de negatieve dingen die je kind over zichzelf zegt. De natuurlijke neiging van iedere ouder is om op de een of andere manier je kind ervan te overtuigen dat al die onaardige dingen die het over zichzelf zegt niet kloppen. Hoewel dit dus niet meer dan normaal is, wil ik je vragen om dit niet meer te doen. Er wel op ingaan werkt namelijk niet. Dus als jouw kind roept of verdrietig verzucht dat niemand hem of haar nog ooit zal mogen en dat het leven totaal mislukt is, dan wil ik je vragen om hier niet inhoudelijk op in te gaan. We gaan deze negatieve stem van jouw kind namelijk geen aandacht meer geven. Want wat we aandacht geven groeit en dat willen we in dit geval niet. Mee eens?

Wat er gebeurt als je niet ingaat op de negatieve uitingen van je kind.

Als je gaat oefenen met niet reageren op uitingen als ‘ ik wilde dat ik niet bestond’  kan het zijn dat jouw kind in verzet komt en nog harder gaat roepen hoe erg het leven is. Als je kind in een negatief gedachtenpatroon zit (of in het faalspiraal) dan wil het dat je ingaat op deze negativiteit. Hoe verleidelijk ook, doe het niet. Zoals gezegd, als jij het wel doet zal je merken dat jouw kind vaak alleen maar verder zakt in zijn of haar gevoel van niets kunnen en totaal gefaald zijn. Hoewel je dus in het begin een extra roep om een reactie op het negatieve mag verwachten, zal op de iets langere termijn het niet reageren leiden tot een vermindering van het faalspiraal. En dat is wat we willen.

Herken het patroon, maar doe er nog even niets mee.

Deze tip is een deel van een techniek die ik je ga leren. In de volgende video en blog leg ik uit hoe het faalspiraal werkt en geef ik je een volgende tip waar je mee aan de slag kan. Voor nu wil ik je vragen om opmerkzaam te zijn op dit faalspiraal bij jouw kind. Noteer wanneer dit gebeurt en waarom het gebeurt. En nogmaals: weerhoud je natuurlijke neiging om in te gaan op de zwaar negatieve uitingen van je kind.

Vond je dit een interessant artikel en ben je nieuwsgierig naar de tweede tip? Volg me dan op YouTube en Facebook en krijg een melding zodra het volgende artikel en de volgende video online staan.

Tot volgende week!

groeten Josja

ps Ben je nieuwsgierig naar het faalspiraal bij volwassenen en hoe je hiermee om kan gaan? Lees dan dit artikel eens.

Wat als je kind geen huiswerk wil maken of ervan in de stress schiet?

Heb jij, sinds 16 maart j.l. te maken met een huis vol kinderen, partner en moet je ook nog ergens zien te werken? Hoe combineer je dit allemaal? Ik moet echt nog wennen aan alle veranderen. Ik krijg veel vragen van ouders omdat ze geregeld met de handen in het haar zitten. Wat doe je bijvoorbeeld als je kind zijn werk van school niet wil maken of compleet in de stress schiet en het toch persé nu wil maken? In deze video hieronder geef ik je alvast een paar aanknopingspunten.

Vond je dit een interessante video? Abonneer je dan op mijn YouTubekanaal, volg me op Facebook of Instagram en je krijgt ook de volgende video mee!

 

Tot snel!

 

groeten Josja

Tips om angst voor Coronavirus te verminderen.

Heb jij veel stress door het Coronavirus en kan je wel een aantal tips gebruiken om de paniekgevoelens of zenuwen de baas te worden? Speciaal voor jou heb ik 3 tips.

Afgelopen week postte ik een korte video op social media met daarin de vraag: ‘Wat doet het Coronovirus met jou?’ Ik kreeg heel veel reacties, waarvan ik de meeste in mijn persoonlijk mailbox vond. Het trof me hoeveel mensen aangaven in paniek te zijn en dit niet makkelijk durven te uiten in hun omgeving. Sommige schreven bijvoorbeeld: ‘ ik voel me een zwakkeleling dat ik niet sterk kan blijven’.’ en ‘ Van binnen voel ik paniek, maar ik vertel het niemand.’ Hoewel ik vandaag eigenlijk een blog wilde posten over een heel ander onderwerp heb ik ervoor gekozen om een post te maken voor iedereen die in (lichte) paniek is en zich hier zwak door voelt. Als jij hiertoe behoort: deze post is speciaal voor jou.

Dit is de video die ik hierover maakte:

Tip 1: Paniek? Zoek de kou op!

Ervaar je in deze tijd, die wordt beheerst door het Coronavirus, soms aanvallen van paniek? Is je stress zo hoog dat je soms tegen het hyperventilerende aanzit? Zoek dan de kou op. Hierdoor kalmeert je brein. En dit is hard nodig, want op het moment dat je in grote stress verkeert is je brein in grote stress. Je brein is dan niet vatbaar voor logica. Het enige waar je brein nog op reageert is op extreme warmte of extreme kou. We zetten in op kou. Zodra je brein te maken krijgt met kou komt het in de overlevingsmodus en gaat het hierop reageren. Terwijl je brein dan de prioriteit geeft aan overleven, wordt de paniek als minder belangrijk ervaren. Die wordt als het ware uitgeschakeld en hierdoor zakt de paniek en stress in je lijf. Dat is wat we willen! Je kan kou nabootsen door het eten van een ijsje of het langzaam drinken van een ijskoud klas water met ijsklontjes erin.

Tip 2: Kauw!

Hoewel ik bij tip 3 in ga op wat je cognitief kan doen ter ondersteuning van het verminderen van angst, ga ik je eerst nog een belangrijke tip geven waar je niet voor hoeft na te denken. Je moet er voor kauwen 😉 Kauwen vermindert stress op een hele snelle en directe manier. Dit komt omdat alles wat je met je mond doet heel snel en goed wordt opgemerkt door je hersenschors. Die vindt wat je met je mond doet uitermate de moeite waard om op te merken. Vanuit deze hersenschors worden vervolgens signalen gegeven die kalmerend werken. Je kan aandacht geven aan het kauwen door voedsel te eten waar je flink op moet kauwen en door langer op een hap te kauwen dan je normaal gewend bent. Kauwgom kauwen is ook uitstekend om in te zetten.

Tip 3: Vergroot de versterkende kant in jezelf.

Op het moment dat je niet meer compleet in de stress bent (en je in staat bent om logisch na te denken) zijn er ook uitstekende cognitieve oefeningen die je kan inzetten. Ik ga je een hele effectieve geven. Hiervoor is het wel handig als je open staat voor het idee dat je twee kanten in jezelf hebt: een die je versterkt en een kant die je verzwakt. Uitgangspunt bij deze oefening is ook dat je kan sturen op welke kant je het meest actief laat zijn. Als je in paniek bent dan is de verzwakkende kant in jezelf actief. Deze kant heeft iedereen in zich, in meer of mindere mate. Je kan je voorstellen dat deze kant, in deze Coronavirusperiode, bij velen sterk wordt geactiveerd. Ben jij een hoogsensitief persoon? Reken dan maar dat bij jou deze kant flink getriggerd wordt nu. Hoogsensitieve personen willen namelijk graag overzicht, ze willen dat het met iedereen goed gaat en hun brein gaat op zoek naar de beste oplossing voor het Coronaprobleem. Tijdens deze zoektocht ontdekt het brein heel veel beren op de weg en bedenkt het tal van rampscenario’s. Maar bedenk: angst is een slechte raadgever. Het is dan ook niet raadzaam om deze angstkant in jezelf een te grote rol te geven. Maar hoe doe je dat, deze kant een minder grote rol geven? Ik ga het je nu vertellen:

Beschrijf hoe je wil zijn.

Het lijkt bijna te flauw voor woorden, maar ik weet dat het werkt: Wat je mag doen is opschrijven hoe je zou willen zijn in deze onzekere tijd. Doe dit in de ik-vorm. Bijvoorbeeld: ik wil sterk zijn en rustig. Ik wil vertrouwen hebben in de toekomst en ik wil me niet gek laten maken door angst.’ Check hierna of het klopt wat je hebt geschreven. Is dit werkelijk zoals je zou willen zijn? Verfijn wat je hebt geschreven, net zo lang tot het klopt.

Word je eigen beste vriendin en schrijf jezelf een brief.

Het volgende wat ik je wil vragen is om een brief aan jezelf te schrijven. Deze keer niet in de ik-vorm, maar schrijvende vanuit de rol van een beste vriendin. Die beste vriendin (of vriend) is iemand die jou al je hele leven kent, die jou volledig accepteert en waardeert. Precies zoals je bent. Een mens die weet waar jij moeite mee hebt en dit niet wil wegmaken. Maar het is ook iemand die weet hoe jij weer sterker wordt. De brief kan er bijvoorbeeld zo uit zien:

Lieve ……

Ik weet dat je deze tijd, nu zo met het Coronavirus, heel ingewikkeld en spannend vindt. Dat is niet gek, je bent niet de enige. Het wordt ook hardop benoemd door velen: het is een spannende tijd. Dat je buikpijn voelt en lichte paniek, dat hoort bij jou in situaties als deze. Alleen, vergeet niet dat je naast deze gevoelens ook sterk bent en veerkrachtig. Ja, het is een ongewisse tijd en ja, we weten niet wat er allemaal gaat gebeuren. Jij wil dit wel graag weten. Maar dat gaat niet. Laat je niet niet meenemen door de angst. Angst helpt niet. Angst verzwakt. Vertrouw erop dat je deze tijd aankunt, wat zich ook aandient. Je wil sterk blijven, voor jezelf, voor je kinderen. Dus als de angst zich aandient, merk hem op, en wijs hem vriendelijk de deur. Steeds weer. Dat kan jij. Ik hou van je.

Lees wat je hebt geschreven en richt je op jezelf.

Vervolgens raad ik je aan om een week lang iedere dag hetgeen je hebt opgeschreven door te lezen. En ook iedere keer als de angstkant zich laat zien het erbij te pakken. Het is niet zo dat de angstkant hiermee direct weg is, maar je herinnert je op deze manier er steeds weer aan hoe je wil zijn en je spreekt jezelf ook weer vanuit liefde toe. Dat is wat je nu heel hard nodig hebt en wat kalmeert. De kracht van het opschrijven en herlezen is dat je je richt op jezelf en ook nog eens op je versterkende kant. Een hoogsensitief persoon richt zich van nature op de ander en op de buitenwereld. Wil je echter rustig kunnen blijven dan is het nodig om je op jezelf te kunnen richten. Om te meten of deze techniek heeft gewerkt zou je je stress kunnen meten (van 0-10 en) voor en nadat je deze toepast. Is je stress gezakt? Dan heeft de techniek effect gehad. Maar laat je niet ontmoedigen, deze techniek vraagt ook om doorzetten. Die angstkant laat zich namelijk niet zomaar de laan uitsturen.

Extra tips om de angst voor het Coronavirus te verminderen:

  • Houd de komende dagen bij wanneer je angstkant opkomt. Zo ontdek je welke dingen jouw angstkant triggeren. Deze antwoorden kun je heel goed gebruiken. Je kan besluiten om een aantal triggers uit de weg te gaan, bijvoorbeeld maar 1x per dag naar journaal of nieuws te kijken. En je kan je angstkant gaan voorspellen.
  • Hou de komende dagen ook bij wanneer de angstkant weer verdwijnt. Deze informatie kan je vervolgens gebruiken om bewust in te zetten bij een volgende keer dat je angstkant aan komt zetten.
  • Herinner jezelf regelmatig aan je besluit om te kiezen voor de krachtkant.
  • Eindig deze cognitieve echniek waar mogelijk met een activiteit waarbij je je aandacht nodig hebt, zodat je echt op andere gedachten wordt gebracht.
  • Zet veel kalmerende activiteiten in. Denk hierbij ook aan de kalmerende mogelijkheden van diepe druk en van blazen.
  • Kijk maar 1x per dag naar het nieuws (dus niet de hele tijd op je mobiel checken)

Vond je dit artikel interessant? Volg me dan op YouTube, Instagram, Linked In an Instagram. Ik vind het ook leuk als je je reactie op dit artikel bij de comments hieronder plaatst.

Tot de volgende post!

Veel groeten Josja

ps wil je meer weten over diepe druk kijk dan hier of ben je nieuwsgierig naar meer over hoogsensitiviteit? Klik dan hier. Ik heb er inmiddels verschillende artikelen over geschreven.

Angst voor de tandarts

Is jouw kind bang om naar de tandarts te gaan? Hoe ga jij daarmee om als ouder? Blijft het een halfjaarlijks terugkomend drama of heb je met succes een oplossing gevonden?

Regelmatig krijg ik de vraag of ik een kind kan helpen met zijn of haar angst voor de tandarts. Soms pak ik het zelf op, maar vaak ook verwijs ik door. Wat ik doe, zelf behandelen of doorverwijzen, hangt af van wat er precies speelt. In de video vertel ik hier meer over.

Tip: onderzoek waar jouw kind bang voor is.

Weigert jouw kind zijn mond open te doen bij de tandarts? Raakt jouw kind al in de stress als er gesproken wordt over een naderend tandartsbezoek? Om zicht te krijgen op wat nodig is om deze angst weg te krijgen moet je er achter te komen waar jouw kind bang voor is. Focus je niet alleen op het gedrag dat het kind laat zien, zoals paniek krijgen, gillen en hevig in verzet komen, maar ga op zoek naar de reden van de angst. Hieronder volgen een aantal vragen die hierbij nuttig kunnen zijn:

  1. Was de angst voor de tandarts er altijd al of kwam het pas later?
  2. Als het er altijd al was: kan je je een moment of tijd herinneren waarin jouw kind bij een arts of verpleegkundige (consultatiebureau telt ook mee) wel op zijn gemak was?
  3. Als de angst pas later kwam: wat was het moment dat de angst ontstond? Probeer je zo precies mogelijk te herinneren wanneer de angst ontstond.

De vragen hierboven zijn er om op zoek te gaan naar een mogelijk traumatische ervaring. Als hier sprake van blijkt te zijn, kan EMDR (een kortdurende interventie gericht op trauma-verwerking) een uitkomst bieden. Als er geen trauma lijkt te zijn dan moet je verder zoeken.

Ik wil je meegeven dat het van belang is om duidelijk te krijgen waarvoor en sinds wanneer je kind bang is. Misschien is het bang om in de stoel te liggen of bang voor het maken van foto’s? Of is het bang voor het onverwachte. Hoe beter je zicht hebt op waar je kind bang voor is, hoe makkelijker de angst behandeld kan worden.

Op zoek naar wat werkt.

In Utrecht ben ik bekend met Tandinzicht en ook in Amsterdam ken ik een therapeute die speciaal behandelt op tandartsangst. Het liefst leer ik nog meer goede praktijken kennen zodat ik door kan verwijzen indien dit nodig is. Mocht jouw kind bang zijn voor de tandarts zijn en je hebt inmiddels positieve ervaringen met een bepaalde methode, praktijk of therapeut, deel je het dan met me? Daar kan ik andere kinderen weer mee helpen. Ook ben ik benieuwd naar waar jouw kind zo bang voor is.

Tot de volgende blog!

Groeten Josja

 

Wil je meer weten over hoogsensitiviteit? Kijk gerust eens hier.

 

Strong willed child

Kan jouw kind heel koppig en dwingend zijn? Moet het vaak precies gaan zoals jouw kind het bedacht heeft? Misschien is jouw kind strong willed. Hoe ga je hier als ouder mee om?

In dit artikel geef ik meer informatie over het strong willed kind. Ook vertel ik over de mogelijke combinatie met hoogsensitiviteit en heb ik een tip waar je mee kan starten om meer grip te krijgen op het gedrag van je kind. Wat verderop in dit artikel kun je tevens een interview bekijken dat ik gaf over dit thema.

Strong willed, wat houdt het in?

Als jouw kind heel volhardend kan zijn en een zeer duidelijke eigen mening heeft dan kan het zijn dat jouw kind strong willed is. Hiermee doelen we op kinderen die graag zelf bepalen en goed weten wat ze willen. Ze kunnen hierin dwingend zijn en laten zich niet makkelijk van hun standpunt brengen. (On)bewust zetten ze hun eigen wil voorop. Niet zelden zien we bij deze kinderen ook explosief gedrag, zoals intense boze en/of verdrietige buien. Maar wat het precies inhoudt, strong willed zijn, dat weten we eigenlijk nog niet zo goed. Is het een eigenschap? Hetgeen je er over leest op internet en in boeken is vaak waardevol, maar niet eenduidig. Ook is er weinig tot geen wetenschappelijke onderbouwing van hetgeen er wordt geschreven. Dat is niet gek, want er is ook nog weinig onderzoek gedaan naar een sterke wil.

Een strong willed child zorgt vaak voor opvoedkundige uitdagingen.

Wat je als ouder ook probeert, een strong willed child buigt meestal niet mee als het iets anders in het hoofd heeft. Boos worden, rustig blijven, alternatieven bieden, plannetjes maken, het werkt gewoon niet. Vaak geven ouders aan dat ze zich machteloos en vermoeid voelen. Het is alsof ze niet meer zelf aan het roer staan, maar dat hun kind de kapitein is op het schip. Hoe is dit voor jou?

Strong willed kind kan ook hoogsensitief zijn.

Voordat ik je een oefening geef waar je mee aan de slag kan, vertel ik je meer over het strong willed kind. Zo is een kind met een sterke wil soms ook hoogsensitief. Dit houdt in dat een kind niet alleen over een sterke wil beschikt, maar ook meer sociale, emotionele en zintuiglijke prikkels opmerkt dan andere kinderen. Deze prikkels verwerkt het kind intens. Het is een kind dat veel nadenkt, het goed wil doen en dat een zeer goed inlevingsvermogen heeft. Ook beschikt het over een sterk reflecterend vermogen en het zal niet gauw voor persoonlijk gewin gaan als dat ten koste van de ander gaat. De ervaring is dat de combinatie van een sterke wil en hoogsensitiviteit vaak voorkomt bij hoogstimulatieve hoogbegaafde kinderen. Saskia Klaaysen onderschrijft dit in haar boek Prikkels bijten niet. Hoogsensitiviteit kan dus samengaan met een sterke wil, maar het ligt eigenlijk niet voor de hand. Vaker hebben hoogsensitieve kinderen namelijk juist geen sterke wil en passen ze zich vaak aan de ander aan.

Bekijk hier het interview dat ik gaf over the strong willed kind. Het interview valt binnen een reeks met meerdere strong willed experts.

Wil je meer te weten komen over het hoogsensitieve kind kijk dan eens hier en voor meer over de HSK-HSS/het hoogstimulatieve kind kun je hier kijken.

Intens boze bui is niet hetzelfde als overprikkeld zijn.

Wat me opvalt is dat ouders (en professionals) regelmatig de intens boze buien van een kind aanzien voor overprikkeling. Ik snap de gedachtegang, maar overprikkeling heeft te maken met een te veel aan sociale, emotionele en/of zintuiglijke prikkels die je brein niet verwerkt krijgt. Hierdoor kun je als het ware even niet meer verder met wat je aan het doen bent. Dit kan tot gevolg hebben je heel erg boos wordt of alleen nog maar kan huilen. Dit zie je vaak bij hoogsensitieve kinderen gebeuren. Bij een kind met een sterke wil dat vaak boos wordt is de boosheid echter meestal niet een gevolg van overprikkeling, maar van het niet goed kunnen omgaan met het niet krijgen van wat het wil. Wel kan de intense woede uitmonden in een situatie waardoor een kind niet meer voor rede vatbaar is. Wat herken je hiervan bij jouw kind? Raakt jouw kind overprikkeld van prikkels of gaat het om boosheid dat uitmondt in niet meer helder kunnen denken?

Wat heeft jouw strong willed kind nodig?

Ook zonder precies te weten wat strong willed zijn betekent kunnen we je helpen bij de opvoeding van je kind. Waar het om gaat is dat we op zoek moeten gaan naar ‘wat maakt dat jouw kind zo strong willed is?’ en ‘in welke situaties levert dit een probleem op en voor wie?’. Een belangrijke vraag hierbij is ook altijd ‘wat heeft jouw kind in zulke situaties nodig?’ Is het veiligheid, is het een duidelijk kader, zijn het vaardigheden of is het iets anders? Speelt er angst? Hoogbegaafdheid? Overziet een kind de wereld onvoldoende? Ook zoek ik uit of er sprake is van hoogsensitiviteit.

Er zijn altijd patronen en moeilijke momenten.

Veel ouders die bij mij komen geven aan dat hun kind vaak boos is. In mijn begeleiding is het uitgangspunt:  jouw kind heeft moeite met bepaalde situaties, anders zou het zijn sterke wil niet negatief inzetten. Het is daarom belangrijk om patronen en moeilijke momenten helder te krijgen. Hierdoor krijg je meer begrip voor je kind en kun je de boze buien voorspellen. Ook maakt dit het mogelijk om constructieve plannen te maken. Als ik vraag waarom en wanneer het kind boos wordt geven ouders vaak aan er geen patroon in te zien. Het kan volgens hen ‘om alles zijn’ dat het kind boos wordt. Misschien herken jij ook geen duidelijk patroon bij jouw eigen kind. Toch zijn er wel degelijk, de patronen, maar het zijn er soms wel 8 of 10 en het kan een paar weken duren voordat we ze inzichtelijk hebben.  Om ze in kaart te brengen volg je de stappen bij de oefening hieronder.

Moeilijke situaties in kaart brengen.

  1. Teken een meter (gewoon een lange lijn volstaat) waarbij je onderaan de 0 zet en bovenaan de 10. Ook teken je net zoveel streepjes op deze lijn zodat je kind straks makkelijk kan aangeven dat het bijvoorbeeld een 8 zo moeilijk vindt. Bij de 0 schrijf je: Dit kan ik makkelijk, kost me geen moeite en bij de 10: dit kan ik echt niet, kost me heel veel moeite.
  2. Breng nu in kaart welke situaties voor jouw kind moeite kosten. Je hoeft niet een uitputtende lijst te maken, je kan later altijd nog situaties toevoegen. Voor nu gaat het erom dat je een paar situaties beschrijft waarbij jouw kind moeite heeft om de eigen wil los te laten of gewenst gedrag te laten zien. Hier een paar voorbeelden: moeite met avondeten als hij het niet lekker vindt, moeite met alleen in eigen bed slapen, moeite met een zus die ‘s ochtends zingt, moeite met stoppen met snoepen, moeite met niet mogen beginnen met een spelletje en moeite met opruimen van gebruikt speelgoed.
  3. Bepaal nu hoeveel moeite de situaties je kind kosten. Geef iedere situatie een cijfer van 0-10. Als het even kan doe je de stappen samen met je kind.

Je kan ook een aantal weken aantekeningen maken in een invulformulier dat ik hiervoor heb gemaakt. Na een paar weken ga je dan vanzelf patronen zien. Als je hier gebruik van wil maken, laat het me dan weten, dan mail ik je dit formulier toe.

De tip uit het interview.

In het interview dat ik gaf over the strong willed child bespreek ik de tip om je kind te trainen in de vaardigheid om de eigen wil los te laten. Ik gaf hierbij aan dat je het beste een situatie kan kiezen die voor je kind niet te moeilijk is. Als je kind bijvoorbeeld een beetje moeite heeft met ‘niet met een spelletje mogen beginnen’ dan zou dit een goede oefensituatie kunnen zijn. Je kan dan je kind bijvoorbeeld leren om eerst te dobbelen en degene die het hoogst heeft gegooid te laten beginnen.

Meer weten?

Ik besef dat bovenstaande oefening mogelijk vragen bij je oproept. Want wat moet je doen als je weet wat de patronen en moeilijke situaties zijn? Het is mijn ervaring dat het voor ouders van een kind met een sterke wil lonend is om oefeningen, zoals hierboven, in eerste instantie samen met een coach op te pakken. Mocht je toch zelf aan de slag willen gaan, schroom dan niet om bij vragen contact met me op te nemen.

Mocht je daarnaast meer willen weten over het hoogsensitieve kind dan beveel ik je 2 artikelen aan:

Bij beide artikelen vind je ook een test die je direct kan invullen. Je krijgt ook meteen de uitslag. Misschien leuk en nuttig voor als je wil weten of jouw kind hoogsensitief dan wel hoogstimulatief is?

Wil je meer lezen over kinderen met een sterke wil? Dat kan, er zijn best een aantal boeken over dit onderwerp. Ik heb hieronder een kleine selectie gemaakt. De eerste twee boeken gaan over kinderen met een sterke wil en de onderste drie betreffen boeken waarin het onderwerp kinderen die zowel een sterke wil hebben als dat ze hoogsensitief zijn.

Tot de volgende mail,

groeten Josja

Houdt de wetenschap zich bezig met hoogsensitiviteit?

Hoogsensensitiviteit is hip. Althans, er is behoorlijk wat aandacht voor deze eigenschap in de media en steeds meer mensen weten ervan. Maar houdt de wetenschap zich ook bezig met hoogsensitiviteit? Ja, gelukkig wel. Wil je weten wie en wat ze onderzoeken? Lees dan verder!

Hoewel er dus meer aandacht is voor hoogsensitiviteit zijn er nog steeds mensen die het concept niet volledig voor waar aannemen of gewoon niet kennen. Misschien heb je te maken met een psycholoog of een leerkracht die het niet serieus neemt of een baas die het niet erkent. Voor deze mensen is iets pas waar als er ook wetenschappelijk bewijs voor is. Helemaal onterecht is dit zeker niet en daarom ga in dit korte artikel in op het aantal wetenschappelijke publicaties dat er is en ik licht een aantal wetenschappers toe.

Het aantal wetenschappelijke publicaties over hoogsensitiviteit is groeiende

Wat je in ieder geval kan vertellen aan een ieder die zich afvraagt of hoogsensitiviteit wel bestaat is dat er inmiddels zo’n 78 wetenschappelijke publicaties zijn. Per jaar worden daarbij ongeveer 12 nieuwe onderzoeken gepubliceerd. Dr Corina Greven, universitair docent in het Radbout UMC in Nijmegen heeft tezamen met collega’s de eerste 70 publicaties bekeken en samengevat. Als je deze samenvatting wil lezen en meenemen naar iemand die ‘bewijs’ wil, doe dat dan ook vooral.  Google op ‘Neuroscience and biobehavorial reviews’ en je hebt hem. Als ik er aan denk zal ik het artikel op de site plaatsen, scheelt je zoekwerk.

Onderzoekers naar hoogsensitiviteit

Nu je kan vertellen dat er dus daadwerkelijk onderzoek wordt gedaan naar hoogsensitiviteit kun je gelijk met wat namen strooien. Staat altijd goed 😉 Wat mij betreft zijn er een aantal onderzoekers op het gebied van hoogsensitiviteit die het waard zijn om te kennen en te onthouden:

     1. Judith Homberg

Judith Homberg is hoogleraar aan het RadboudUMC te Nijmegen. Zij doet momenteel onderzoek naar hoogsensitiviteit en druggebruik. Dit doet ze met ratten. Ze onderzoekt of drugs een manier is voor HSP om met overprikkeling op te gaan of/en zijn HSP gewoon vatbaarder voor verslaving? Het onderzoek is nog in volle gang.

     2. Veronique de Gucht

Zij is universitair docent psychologie aan de Universiteit van Leiden. Elaine Aron (hierover later meer) heeft een schaal ontwikkeld met items die meten of er sprake is van hoogsensitiviteit. Op heel veel websites vind je deze schaal, ook wel HSP-test genaamd. Deze schaal geeft aan of er mogelijk sprake is van hoogsensitiviteit. Hoewel deze schaal redelijk betrouwbaar is, wordt de diepgaande verwerking, die zo essentieel is bij hoogsensitiviteit, hierin gemist. Veronique heeft deze diepgaande verwerking in de schaal verwerkt en het zal niet lang duren voordat de nieuwe HSP-schaal gebruikt zal kunnen worden. Daarnaast houdt Veronique de Gucht zich ook bezig met onderzoek naar de (eventuele) relatie tussen hoogsensitieve personen en chronische vermoeidheid. Dit onderzoek is nog in volle gang.

  3. Esther Bergsma

Esther is een erkend expert op het gebied van hoogsensitiviteit en eigenaar van Hoogsensitief.NL. Hoewel het onderzoek dat zij doet niet onder de noemer ‘wetenschappelijk onderzoek’ valt, hoort Esther Bergsma thuis in het rijtje van namen om te onthouden.  Ze heeft onderzoek gedaan naar o.a. werkstress en HSP en onderzoek naar kinderen en HSP. Recentelijk heeft ze een prachtig boek over ‘het hoogsensitieve brein‘ uitgegeven.

  4. Elaine Aron.

Een naam om voor altijd te onthouden. Zij is degene geweest die in 1996 hoogsensitiviteit wereldwijd op de kaart wist te zetten. Ze is een Amerikaans onderzoekster en heeft samen met haar man onderzoeken gedaan naar hoogsensitiviteit. Aron heeft vastgesteld dat hoogsensitiviteit een eigenschap is die je kan onderscheiden van bijvoorbeeld introvertie en emotionaliteit. Er is heel veel over haar te vertellen, maar ik beperk me hier nu even tot het minimale. Het is ook Elaine Aron geweest die de HSP-schaal heeft ontwikkeld en deze wordt nog steeds veelvuldig gebruikt. Er zijn verschillende boeken van haar hand verschenen. Klik hier als je meer over haar werk te weten wil komen.

  5. Michael Pluess

Michael Pluess is een Phd bij Queen Mary, University of London. Hij heeft in 2015 het boek Genetics of psychological well-being geschreven. In dit boek vat hij de onderzoeken samen die zijn gedaan naar het gen 5 httpllr. Dit gen houdt verband met hoogsensitivieit. Meer weten over het 5 httpllr gen? Lees dan de blog die ik hier over schreef.

  6. Bianca Acevedo.

Bianca Acevedo is een wetenschapster en relatie-expert. Ze werkt aan de universiteit van California. In 2014 deed ze onderzoek naar intense emoties bij HSP. Zij ontdekte dat hoogsensitieve personen zowel sterkere emoties ervoeren bij het zien van blije emoties als bij negatieve emoties dan niet-HSP. Ik doe haar werk door mijn omschrijvingen vreselijk te kort, dat geldt eigenlijk voor alle onderzoekers die ik hier noem. Maar het doel van dit artikel is vooral om je laten weten welke mensen bezig zijn met hoogsensitiviteit en niet om een volledig beeld te geven.

  7. Boyce en Ellis.

Zij hebben onderzoek gedaan naar hoe kinderen reageren op stressvolle gebeurtenissen zoals een eerste schooldag. Zij hebben de termen orchideekinderen en paardenbloemkinderen geintroduceerd. In 2019 is het boek van Boyce uitgekomen waarin hij alles samenvat voor het grote publiek. Onthoudt vooral dit: ongeveer 20% van de kinderen reageert met meer stress op stressvolle gebeurtenissen en deze (orchidee)kinderen hebben meer aandacht en liefde nodig dan de paardenbloemkinderen. Krijgen de orchideekinderen echter de juiste aandacht en liefde dan bloeien zij meer dan paardenbloemkinderen. Nieuwsgierig naar meer hierover? Lees dan mijn blog die ik hierover schreef.

  8. Jay Belski

Last but not least noem ik nog Jay Belski. Hij concludeerde in 2015 samen met Michael Pluess dat er een groep kinderen is die meer last heeft van negatieve omstandigheden dan andere kinderen. Hij ontdekte dat deze kinderen meer wordt beinvloed door de omgeving dan andere kinderen.

Bovenstaand lijstje met namen is niet compleet, maar ik hoop dat dit artikel je al een beetje helpt op die momenten dat je in gesprek bent met mensen die hoogsensitiviteit niet (er)kennen.

 

Met vriendelijke groeten,

Josja

Meer lezen over hoogsensitiviteit en wetenschap? Neem dan eens een kijkje bij deze artikelen.

HSP worden vergeleken met een orchidee.

Waarom een HSP met een orchidee wordt vergeleken.

Start jij dit jaar wederom met de hoop om nu eens echt in balans te blijven? Ben je daarnaast ook hoogsensitief? Mooi, want ik ga je vandaag vertellen over de vergelijking die er gemaakt wordt tussen hoogsensitiviteit en orchideeën. En hoe meer kennis je hebt over hoogsensitiviteit, des te makkelijker het wordt om goed voor jezelf te zorgen.

Of het je dit jaar gaat lukken om je balans te vinden hangt van veel verschillende factoren af. Voor een groot deel heeft het te maken met de mate waarin het je lukt om je omgeving af te stemmen op wat bij jou past. Dat geldt in principe voor iedereen, want ieder mens wordt namelijk gelukkiger in een omgeving die aansluit bij wat hij nodig heeft. Maar er is een groep mensen voor wie de omgeving nog belangrijker blijkt te zijn dan voor de meeste anderen. Deze mensen hebben meer last van veranderingen en stress in hun omgeving. Ook weten we van deze groep dat ze meer dan anderen opbloeien in een omgeving waarin ze zich veilig voelen. Voor deze groep mensen is het daarom extra belangrijk dat ze op zoek gaan naar een omgeving waarbinnen ze zich zo prettig mogelijk voelen.

Paardenbloemkinderen

Al weer een aantal jaar geleden ontdekte o.a. onderzoeker Thomas Boyce dat kinderen verschillend reageren op nieuwe elementen in hun omgeving. Hij onderzocht hoe kinderen reageren op hun eerste schooldag. Hij ontdekte dat ongeveer 80% van de kinderen zich nauwelijks tot niet laten beïnvloeden door stressvolle omstandigheden. Boyce heeft dit type kind paardenbloemkinderen genoemd. Want, zo redeneerde hij: paardenbloemen zijn bloemen die goed tegen wisselende omstandigheden kunnen. Een paardenbloem tref je immers aan de kant van de weg, tussen een paar stenen door, in het gras, eigenlijk overal kan het groeien. Deze groep kinderen gedraagt zich net zo: wat er ook gebeurt in hun omgeving, ze krabbelen weer op en blijven overeind.

Orchideekinderen

Naast de paardenbloemkinderen zag Boyce ook een groep kinderen die veel kwetsbaarder is voor wat er gebeurt in de omgeving. Deze groep kinderen gedraagt zich volgens hem als een orchidee. Een orchidee is bij uitstek een kwetsbare plant die veel verzorging en een ondersteunende omgeving nodig heeft. In een hagelstorm kun je deze bloem beter niet terecht laten komen, evenmin overleeft hij het naast de rand van de weg. Orchideekinderen zijn net als de orchidee kwetsbaar voor de omstandigheden in hun omgeving. Ze hebben meer last van veranderingen en meer last van grote gebeurtenissen. Tegelijkertijd blijkt ook uit onderzoek dat deze kinderen meer profiteren van een omgeving die heel goed bij ze past en hen ondersteunt.

Hoogsensitieve personen zijn orchideeen

Die 20% van de kinderen die zich laat typeren als een orchidee zijn de kinderen die hoogsensitief zijn. Hoogsensitieve kinderen zijn omgevingsgevoelig. En dus kwetsbaar. Het is mijn ervaring in mijn werk dat het heel helpend is naar ouders, volwassenen en kinderen toe om de vergelijking met de orchidee te maken. Want deze metafoor snap je direct. Je kan meteen invoelen of jij of jouw kind bij dit type plantje passen. En het leuke is dat het ook meteen handvatten biedt. Het helpt om jezelf of je kind beter te begrijpen en steunt je bij het maken van keuzes.

Pas je omgeving aan aan jouw behoeften

In het begin van dit artikeltje schreef ik het al: pas je omgeving aan aan wat jij nodig hebt en het zal je goed doen. Nu weet je ook, dat als jij hoogsensitief bent, dat dit nog belangrijker is dan je al dacht. De resultaten van een fijnere, meer ondersteunende omgeving zijn vaak echt verbluffend. Ik maak het echt heel vaak mee in mijn werk dat mensen die bijvoorbeeld veranderen van afdeling op hun werk ineens veel meer energie krijgen en wel in een flow terecht kunnen komen. Of dat een kind in een ander voetbalteam met een andere trainer die sensitiever is ineens weer met plezier naar zijn trainingen gaat. Ik hoop dat je, in je zoektocht naar balans, nu nog meer rekening gaat houden met wat er bij jou past. Zet je zelf hierin voorop. Zoek problemen daarom gerust wat minder snel bij jezelf, maar meer in je directe omgeving.  Je hoeft niets steeds jezelf te veranderen. Jij bent gewoon goed zoals je bent, alleen de omgeving sluit soms nog niet helemaal aan. Ga er overigens niet vanuit dat je van de een op de andere dag je omgeving precies naar wens kan krijgen, maar geef jezelf de tijd. Maak kleine stapjes, in de voor jou passende richting.

 

Met vriendelijke groeten,

Josja

3 HSK-kerstvakantietips

Is jouw kind moe en snel overprikkeld en kijk je uit naar de kerstvakantie waarin het kan bijkomen? Zie je er tegelijkertijd tegenop, omdat je weet dat het niet altijd uitpakt voor je kind zoals jij hoopt, en dus ook niet voor jou? Daarom een aantal tips voor een vakantie waar jullie beiden wél van bijkomen.

In de aanloop naar een vakantie of een weekend zijn veel HSK’s moe en snel overprikkeld. Even niets hoeven lijkt de oplossing, maar er ontstaan bij ouders ook vragen. Zoals: ‘Moeten we alle prikkels weghalen, iedere dag thuis blijven en de bel uit doen?’ En: ‘Hoe komt het dan dat als we de prikkels weghalen dat ons kind heel vervelend gedrag gaat vertonen?’ Herkenbaar? Hieronder geef ik antwoord op deze vragen.

Niet alle hoogsensitieve kinderen zijn hetzelfde.

Elaine Aron, de grondlegster van hoogsensitiviteit, ontdekte het al: niet alle hoogsensitieve personen zijn hetzelfde. Zij gaf aan dat ongeveer 70% van de hoogsensitieve personen (HSP) zich laat typeren als rustzoekers en de overige 30% als actiezoekers. Zeer recent onderzoek van Saskia Klaaysen bevestigt dit beeld. Dit betekent dus dat er ook 2 type HSK zijn: de rustzoeker en de actiezoeker

De één verveelt zich snel en wil actie in de fractie, de ander blijft graag in pyjama en wil aanrommelen.

Het is natuurlijk niet zo zwart wit, maar er zit wel een kern van waarheid in. Een HSK dat actiegericht is heeft veel prikkels nodig om zich goed te kunnen voelen. Zo’n kind wordt blij van fysieke uitdagingen en avontuur. Het heeft de neiging zich snel en vaak te vervelen en houdt van nieuwe ervaringen. Een actiezoekende HSK maak je niet blij met een lege agenda in de vakantie. Een rustzoekende HSK zit daarentegen vaak helemaal niet te wachten op vernieuwingen en veranderingen. Die moet in de vakantie juist bijkomen van alle indrukken.

3 tips voor het rustzoekende hoogsensitieve kind.

Is jouw hoogsensitieve kind het type dat past bij de rustzoeker? Vindt het dingen al gauw spannend en kiest het dan voor de veiligheid? Als dit zo is dan is jouw HSK vaak gebaat bij minder prikkels en veel momenten van ontspanning. Over het algemeen is een vol programma niet wenselijk en weet jouw kind zich prima te vermaken met de tijd die zich aandient. De volgende tips helpen vaak goed:

TIP 1: Bouw iedere dag een activiteit in waarvan jouw kind ontspant.

Een leuke manier om dit te doen is door samen met je kind een lijstje te maken van dingen die ontspannen, zodat je kind hier iedere dag makkelijk uit kan kiezen. Wat mag je verwachten dat er op dit lijstje komt te staan? Uiteraard is dit heel individueel, maar hieronder volgt een rijtje ontspannende activiteiten die ik vaak terugzie:

  • Tekenen, kleuren
  • Knutselen
  • Douchen/badderen
  • Wandelen met hond en een ouder
  • Samen tv kijken
  • Samen bakken
  • Lezen
  • Puzzelen

Let op: als jouw kind echt flink overprikkeld de vakantie in stapt, dan kan ook het maken van een lijstje als ‘to much’ worden ervaren. Laat dan het lijstje zitten en onthoudt gewoon dat ontspannende activiteiten dagelijks in het programma thuishoren.

TIP 2: Plan niet te veel activiteiten op een dag in.

Nieuwe en dus onbekende activiteiten kosten vaak meer energie voor HSK’s dan voor kinderen die niet hoogsensitief zijn. Zeker als jouw kind al vermoeid de kerstvakantie ingaat, loont het om niet te veel nieuwe activiteiten te plannen. Maak eens een visueel overzicht van de hele vakantie en beschrijf wat er op welke dagen al gepland is. Bekijk dit met je kind. Ontdek waar je kind heel blij van wordt, waar het gespannen van wordt en misschien zelfs tegenop ziet. Door dit te doen zie je in één oogopslag of het veel is wat je hebt ingepland of dat het wel meevalt.

TIP 3: Bied kalmerende activiteiten aan.

Als je merkt dat je kind niet goed tot ontspanning komt, is het een goed idee om een aantal activiteiten aan te bieden die sterk bijdragen aan het reguleren van prikkels. Je kan dan denken aan het aanbieden van een verzwaringskussen, slapen in een Zzsleeptunnel, bellen blazen, gebruik maken van de kracht van kauwen en/of iets met de handen doen. Ga bijvoorbeeld iets bakken waar je kind bij moet kneden.

3 tips voor het prikkelzoekende hoogsensitieve kind.

Houdt jouw HSK van beweging? Bloeit het op door veel te doen en te ontdekken? Verveelt het zich snel? Wees dan alert op een veel voorkomende valkuil: te weinig prikkels aanbieden. Het lijkt zo logisch om jouw overprikkelde kind rust te willen geven door prikkels weg te halen. Maar bij kinderen die juist prikkels nodig hebben, werkt het weghalen van prikkels vaak averechts. Daar worden kinderen vaak ongezellig van. In plaats van overprikkeld raken deze kinderen dan onderprikkeld. Om het nog wat complexer te maken: ze kunnen, naast dat ze veel prikkels nodig hebben, makkelijk overprikkeld raken door bijvoorbeeld teveel herrie, felle lichten of teveel drukke familiebezigheden. Het gaat er daarom om dat je zoekt naar de balans. Aan de ene kant dus wél nieuwe ervaringen laten opdoen en lekker laten bewegen en aan de andere kant goed opletten dat er niet te veel prikkels zijn die hem of haar overprikkelen. Hieronder een aantal tips voor in de vakantie:

TIP 1:  Zorg dat er op alle dagen iets te doen is.

Onthoud dat jouw kind van nieuwe ervaringen houdt, zich snel verveelt en waarschijnlijk ook van fysieke uitdagingen houdt. Jij en jouw kind weten ongetwijfeld welke activiteiten hierbij passen. Is het klimmen? Ga dan klimmen. Het kunnen natuurlijk ook hele andere dingen zijn. Zorg daarom dat je iedere dag iets doet waar je kind enthousiast van wordt.

TIP 2:  Kies voor beweging.

Voor veel prikkelzoekende kinderen is niets lekkerder dan fysiek uitgedaagd worden. Kies hierbij bij voorkeur niet voor een binnenspeeltuin. Want hoe leuk ook, daar komen een heleboel visuele en auditieve prikkels bij kijken die jouw kind makkelijk overprikkelen. Ga vooral lekker naar het bos of het strand. Struin door het zand en zorg dat je kind fysiek moe raakt. Laat kou of regen je niet weerhouden om te gaan. Juist een flinke wind of koude lucht is goed. Probeer voor uitdaging en vernieuwing te zorgen. Laat je kind bijvoorbeeld minstens 5 verschillende vogels spotten en bomen opmeten. Of laat het over omgevallen bomen lopen, takken sjouwen of hardloopwedstrijdjes doen.

TIP 3: Bied sensorische activiteiten aan.

Multi sensorische activiteiten zijn activiteiten waarbij je meerdere zintuigen tegelijk moet inzetten. Hoe meer zintuigen je tegelijkertijd gebruikt, hoe beter ze bijdragen aan het kalmeren van het zenuwstelsel. Voor een prikkelzoekende HSK zijn dit vaak hele prettige activiteiten omdat ze uitdagend zijn (want veel prikkels) en tegelijkertijd dragen ze bij aan ontspanning. Hieronder een aantal activiteiten op een rijtje:

  • Gezelschapsspellen zoals Party & Co en 30 Seconds
  • Brood, pizza en koekjes maken en het deeg hiervoor kneden met de hand.
  • Knutselen met papier maché.
  • Kleien
  • Bellen blazen

Ik wens je een hele fijne vakantie toe, waarin zowel jij als je kind lekker kunnen bijkomen.

Groeten Josja